Casal da Macieira

“Casal da Macieira”, hoeve van de appelboom, werd in 1968 gebouwd ter vervanging van de boerderij die nu nog als ruïne een paar honderd meter verderop terug te vinden is. Het hele gezin Pedro, 7 kinderen, was al compleet toen vader, António Pedro, in 1962 plannen maakte voor de bouw van wat nu ons huis is.

De naam “Casal da Macieira” wekt bij de locale bevolking verwarring maar werd ons inziens toch terecht door ons gekozen. In de oude grondakten van onze huidige percelen wordt die naam meerdere malen gebruikt. Macieira is ook de naam van een gehucht én een beekje, zo´n twee kilometer verderop het dal in.

Onze conclusie/ veronderstelling dat de familie Pedro ooit gronden bezat die tot daar reikten wordt aarzelend bevestigd door de “lokalen”. Van de versnipperde percelen hebben wij er nu weer drie samengebracht, gezamenlijk ter grootte van 1 ha, een fractie van wat het ooit geweest moet zijn.

Moeder, Maria Rosa da Silva Pedro, overleed 29 mei 1984. In 1994 kwam een van de dochters, religieuze van de orde Irmãs da Apresentação de Maria, naar huis om vader te verzorgen die kennelijk hulpbehoevend was geworden. Zr. Filomena verzorgde haar vader tot zijn dood 29 mei 2003. Beiden echtlieden zijn (apart) begraven op het kerkhof in Cernache do Bonjardim.

De bouwstijl van “Casal de Macieira” is origineel Portugees. De onderbouw, oorspronkelijk bedoeld als stal en opslagruimten, is opgetrokken uit natuursteen met daarboven een verdieping gemetseld in gebakken steen. Het geheel is afgesmeerd met stucwerk, wit geschilderd ter bescherming tegen de warmte.

Links en rechts een vaste uitpandige trap die de indruk wekt dat er aan twee zijden een voordeur is. De vloer tussen de “stal”, die overigens nooit als zodanig werd gebruikt, en woonetage is merkwaardig genoeg van hout, terwijl de vloer tussen 1-ste en 2-de verdieping van beton is. De verklaring is dat die houten vloer praktische voordelen had. Warmte van de beesten en beter toezicht.

De betonnen vloer biedt daarentegen bescherming tegen stof en as die tussen de pannen van het niet “onderschoten” dak heen komen. Ook opvallend maar niet abnormaal is het feit dat de keuken alleen buitenom bereikbaar is, waardoor het woonhuis gevrijwaard blijft voor rook van het houtvuur en etensluchtjes.